Vraag & antwoord
Financiƫn (Vensters PO)
Geplaatst door Kennisnet op 07 december 2015 13:15:29
Definitie

De financiële positie van een bestuur wordt getoond aan de hand van de volgende ratio’s: solvabiliteit (1 en 2), liquiditeit, rentabiliteit, kapitalisatiefactor en weerstandsvermogen.

Uitzondering op de defintie

Uitzonderingen:

  • Het laagste beschikbaarheidsniveau van de data is het niveau van het bevoegd gezag (bestuur).

Basisinformatie

Basisinformatie is:

  • Cijfers voor solvabiliteit, per bestuur met landelijke benchmark.
  • Cijfers voor liquiditeit, per bestuur met landelijke benchmark.
  • Cijfers voor rentabiliteit, (jaarlijks) per bestuur met landelijke benchmark.
  • Cijfers voor rentabiliteit (voortschrijdend driejarig gemiddelde), per bestuur met landelijke benchmark.
  • Cijfers voor kapitalisatiefactor, per bestuur met landelijke benchmark.
  • Cijfers voor weerstandsvermogen, per bestuur met landelijke benchmark.

Alle kengetallen worden getoond met 5 jaar trend.

Databron

Dit is een centrale indicator. De gegevens zijn afkomstig uit de SJR database, het databestand van waaruit ook de financiële kengetallen worden berekend. Alle bekostigde instellingen voor onderwijs en onderzoek zijn verplicht om jaarlijks een jaarverslag op te stellen. Met dit jaarverslag leggen instellingen verantwoording af over het door hen gevoerde (financiële) beleid en informeren zij de overheid en andere belanghebbenden en belangstellenden over de prestaties. Onderdeel van het jaarverslag is de jaarrekening, opgesteld volgens een vastgesteld format en met inachtneming van bedrijfseconomische principes.

Beschikbaarheid

 BO / SBO / SO

Vergelijkingsgroep

 De vergelijkingsgroep voor deze indicator bestaat uit besturen waarbij wordt gekeken naar de hoogte van de rijksbijdrage.

Berekeningswijze

De berekeningen worden gedaan door DUO in de Systeem Jaarrekening (SJR) database. Dit gebeurt op grond van deze formules:

  • Solvabiliteit = eigen vermogen (inclusief voorzieningen) / totaal vermogen. De solvabiliteit geeft aan op welke wijze de bezittingen gefinancierd zijn: met eigen vermogen en/of vreemd vermogen. Hoe slechter de solvabiliteit is, des te groter is het risico, dat de vermogensverstrekkers hun vermogen deels of geheel verloren zien gaan. Een slechte solvabiliteit bemoeilijkt daarom het vinden van nieuwe vermogensverstrekkers. De Inspectie hanteert voor de solvabiliteit een signaleringsgrens van 0,3, de Commissie Don een grens van 0,2.
  • Liquiditeit (current ratio)= vlottende activa / kortlopende schulden. De liquiditeit geeft aan in welke mate een instelling op korte termijn geld kan vrijmaken om kortlopende schulden te betalen. De Inspectie hanteert een signaleringsgrens van 0,5.
  • Rentabiliteit gewone bedrijfsvoering = resultaat / totale baten + rentebaten. De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. De rentabiliteit, in procenten, wordt berekend door het exploitatieresultaat te delen door de totale baten (inclusief de rentebaten) en te vermenigvuldigen met honderd.
  • Voortschrijdend driejarig gemiddelde voor rentabiliteit = zoals rentabiliteit, maar dan gemiddeld voor de laatste drie jaar. Bijvoorbeeld: 2011 geeft de gemiddelde rentabiliteit over 2009, 2010 en 2011 door de rentabiliteiten uit die jaren op te tellen en te delen door 3.
  • Kapitalisatiefactor = totaal vermogen minus (de boekwaarde) van gebouwen en terreinen gedeeld door de totale baten plus de rentebaten. De kapitalisatiefactor geeft aan of een instelling de mogelijkheid heeft om meer te investeren.
  • Weerstandsvermogen = het eigen vermogen minus de materiële vaste activa gedeeld door de rijksbijdragen. Weerstandsvermogen is het vermogen dat de organisatie heeft om in financieel slechte omstandigheden aan haar verplichtingen te voldoen en faillissement te voorkomen.

Validiteit en betrouwbaarheid

De jaarrekeninggegevens worden door de scholen zowel elektronisch aangeleverd als middels een papieren jaarrekening. Alle ‘papieren’ jaarrekeningen zijn gecontroleerd en goedgekeurd door een accountant van de instelling. DUO vergelijkt de ‘papieren’ jaarrekening op enkele hoofdpunten met de elektronisch aangeleverde cijfers. Indien verschillen zijn geconstateerd, is de elektronische versie aangepast aan de ‘papieren’ versie.

De jaarrekening is opgesteld conform Richtlijn Jaarverslaggeving onderwijs van OCW. Het is de taak van de instellingsaccountant om te controleren of de instelling deze voorschriften heeft nageleefd bij het samenstellen van de jaarrekening. In de accountantsverklaring moet worden verklaard dat dit het geval is.

DUO verzamelt de jaarcijfers en neemt deze op in een databestand van waaruit ook financiële kengetallen worden berekend. DUO verzamelt, beheert en controleert de gegevens op interne consistentie.

 


Reacties (0)